//
home

Latest Post

Een tuin… of het park


De doorsnee Nederlandse stadsbewoner verwacht, nee, eist een huis met een tuin. In die tuin, zo heeft de Stichting Tuinpromotie Nederland ons ingeprent: ‘komen wij tot rust’. We verwachten dat te bereiken door onze buitenruimte volledig te betegelen en er een twee meter hoog hek omheen te zetten. Als er nog plaats is tussen trampoline, afvalbak en fietsen zetten we er heus wel een bak fleurig zomergoed neer. Mits de nieuwe rieten loungebank en luxe buitenkeuken bereikbaar blijven. In deze huiskamer zonder dak laten wij vervolgens iedere zorg van ons afglijden en hebben we voldoende tijd om gratuit kritische beschouwingen los te laten op de rest van de wereld.

Met regelmaat breng ik een bezoekje aan Parijs. Je zou – gechargeerd – kunnen stellen dat ‘het huis met de tuin’ niet bestaat in deze wereldstad. De doorsnee Parijzenaar heeft geen eigen ‘buiten’. Aan zijn fin de siècle appartement hangt enkel een tres petit balcon waarop slechts een bloempot past. Wandel eens door deze stad en kijk vooral omhoog naar de zee van fleurige bloemen, van sous terrain tot de septième etage. Geen tuin, maar gek op groen! In bijna iedere straat is een bloemenwinkel te vinden en de bloemenmarkt op het Ile de la Cité is een van de drukst bezochte markten van de stad.

Geen tuin? Waar komt de Parisien dan tot rust? Aan het eind van zijn werkdag is hij in het park te vinden. De kiosk zorgt voor un journal en een koffietje. De fontein klatert, studenten praten op gedempte toon, de nanny hoeft de kleintjes, nog in hun schooluniform, nauwelijks te vermanen. De gravier d’or paadjes zijn er schoon, het groen is minutieus onderhouden, er staan volop stoelen, zowel in de zon als onder de bomen. En ook al is het 34 graden, ontblote bovenlijven zul je hier niet treffen. Dat is wat een excellente openbare ruimte nu eenmaal met je doet. Je gedraagt je, je bent te gast. Hier wordt niet gevoetbald of gebarbecued en gegilt wordt er nimmer. De toiletten zijn er gratis en schoon, honden worden slechts toegelaten als ze aangelijnd zijn. En anders is daar altijd nog de parkwachter.

Het Parijse parkleven verschilt op alle fronten met het gebruik van de openbare parkjes in ons land. We zijn niet zo sociaal meer. We zitten achter onze schuttingen en de tuin is ‘mijn’. En wij verzorgen ‘mijn’ goed. Wee zijn gebeente die ongevraagd een stap over ‘mijn’ tuinhek zet. De openbare ruimte is ‘dijn’ en het zal ons min of meer een zorg zijn hoe die eruit ziet. We gebruiken hem, misbruiken hem ook en voelen ons volstrekt niet verantwoordelijk. Hooguit melden we met de smartphone op de APP ‘Buiten Beter’ dat de verlichting in het park weer eens stuk is. Ik vraag me af hoe onze Hollandse perken en parken eruit zouden zien als wij met zijn allen geen achtertuin meer zouden hebben. Als het rijtjeshuis niet meer zou bestaan.

Advertenties

Meer

  •     Een mijner vrienden is een meester in het organiseren van dinertjes aan zijn keukentafel. Hij besteed uitermate veel zorg aan het kiezen van exquise melanges van delicate gerechtjes. Zijn andere talent is het met aandacht en subtiliteit kiezen van een selecte mix aan disgenoten. Omdat deze rubriek over tuinen moet gaan stel ik u rap gerust. Maar liefst vijf van de tien tafelgenoten van het vorige week gehouden diner zijn de vrijwillige eigenaar van een tuin waarin eigenhandig groenten worden verbouwd. De roots van elk van de gerechten zou zomaar gelegen kunnen zijn in een moestuin van een der aangezetenen. Hoewel de werkelijke herkomst van de ingrediënten vaag blijft, ontstaat er tijdens het serveren van de venkelsoep met appel een voelbare intimiteit tussen diegene die weten hoe zalig een juist geoogste venkel ruikt en hoe een zo-even geplukte appel kan smaken. Ook de verrukkelijke tweede gang, een subtiele melange van tuinbonen, rucola, peultjes en geitenkaas zou eigen kweek kunnen zijn. Zelfs het hoofgerecht, een perfect gegaard konijn is op menig Erven Droog, Het Groene Oor, 't Is altijd wat of Nooit Gedacht gemakkelijk te oogsten. Ach, een moestuin. Ik zou er graag een bezitten. De maître van de peulen, de patron van de pompoenen wil ik zijn. De verhalen over zeventien kilo rijpe spruiten, kofferbakken vol gele pepers en de levering van 45 pallets kloeke aardbeienplanten uit het Westland wanneer je alleen maar om een stekkie hebt gevraagd, schrikken me echter wat af. Ook zie ik op tegen de strijd met het zevenblad, herderstasje, harig wilgenroosje, varkensgras en klein kruiskruid. Van woorden als wisselteelt en vruchtwisseling kruip ik in m'n schulp. Ik zou graag een moestuin bezitten, maar op werkwoorden als bukken, kruien en wieden ben ik niet zo dol. Er zijn 2900 Haagse volkstuintjes waarvan de meeste, zoals het volkstuinen betaamd, langs de rafelranden van de stad liggen. Volgens een kaart uit 2008 zijn er 42 tuintjes bij mij in de buurt, 22 aan de Cantaloupenburg en 20 aan het Westeinde. En die kan ik niet vinden. Hoe dikwijls ik ook heen en weer fiets. Wil iemand hier een tipje van de misschien wel geheime sluier oplichten? Ik zou zo graag een moestuin bezitten. Eentje zonder werkwoorden. Maar met een keukentafel vol etende vrienden.
  • Vorige week regende het wel vier dagen achtereen. Daarom toog ik naar Parijs, want daar schijnt immers altijd de zon. Van de intentie een paar uurtjes te gaan zitten lezen in de Jardin des Plantes kwam uiteindelijk niet veel. De botanische tuin is in 1635 opgericht door Lodewijk XIII. Dat gebeurde op aandringen van zijn beide lijfartsen, zij wisten immers dat de luisterrijke man wel wat rust kon gebruiken. Onder de volgende Lodewijk, de veertiende, groeide de tuin uit tot een 28 hectare grote plantencollectie. Daar waren de vele koloniale expedities uiteraard debet aan. Naast de meer dan 10.000 benoemde plantensoorten is er een amfitheater. een labyrint, grote kassen en een menagerie. Ook de botanische school, de galerie de l'evolution, de galerie de minéralogie et de geologie, de galerie de paléontologie et d'anatomie, de Mexicaanse broeikas, een wintertuin, oeroude boomsoorten, een rosarium en een jardin d'iris zijn hier te vinden. Een dergelijke planten- en dierenverzameling te bezitten werd behoorlijk hip. Op zijn juist aangekochte weelderige twaalfde eeuwse Voorburgse landgoederen De Groote Loo en De Kleine Loo legde ook onze eigen stadhouder Willem IV een heuse diergaarde aan. Hij creëerde doolhoven, berceaux, vijvers vol exotische vissen en liet een faisanterie met voljerres bouwen. Op de gazons liepen zwanen, een Afrikaans mormeldier, Amerikaanse bosduivels, een bananevogel en een boschhond. Er werd op het landgoed zelfs een 'berghje' opgeworpen, waar vandaan je Huis ten Bosch kon zien. Erfprins Willem V was pas drie jaar oud toen Willem IV overleed, zijn moeder Anna zorgde samen met de tuinman voor een uitbreiding van de al grote tuin met bloemperken, hagen, lanen en vijvers en kunstig geknipte struiken. In 1786 werd de gehele menagerie naar Het Loo in Apeldoorn verhuisd. Toen daarna, in 1795 de bezittingen van de stadhouder aan de Franse republiek vervielen werden de meest smakelijke vogels opgegeten, de rest van de dieren werden als oorlogsbuit overgebracht naar de menagerie in de Jardin des Plantes in Parijs. De Indische olifanten Hans en Parkie hebben nog even een verwoed verzet geboden, helaas tevergeefs. In Jardin des Plantes is het nog steeds heel fijn zitten. Er is zoveel te zien, dat het meegebrachte boek zelfs dicht blijft. Naar het Grote en het Kleine Loo in het hollandse Voorburg hoef je niet te zoeken: daar is helaas niets meer van over.
  •               Het schijnen weer de Romeinen geweest te zijn, die als eerste begonnen met het knippen in levend groen. Ze snoeiden bollen en zuilen maar ook zeer ingewikkelde figuren in cipressen en buxus. Deze knipkunst wordt topiari genoemd. Naast schoonheid hebben in vorm gesnoeide struiken ook een nuttige functie, iets wat pas duizend jaar later door de monniken is toegepast. Ze zagen hoe de regen telkens alle aarde van hun verhoogde medicinale kruidentuintjes wegspoelde. Een van de monniken, een tikje eigenwijs vermoed ik, plantte lage haagjes langs de bedden, de zo gewenste ordelijke uitstraling werd verkregen door het groen regelmatig te snoeien. Het snoeiwerk, de topiari, wordt pas echt een trend tijdens de barok. De Fransen imiteren de Italianen, maar zelfs de als nuchter bekend staande Hollanders knippen er lustig op los en snoeien spiralen, obelisken, vogels, sprookjesfiguren en zelfs stoelen in het groen. Had je een heel grote tuin rondom je kasteel of landgoed, dan liet je natuurlijk een parterre de broderie aanleggen, een miniatuur Versailles met ingewikkelde geometrische vlakken, zeer strak geschoren hagen en een perfecte symmetrie. Nog altijd is de lage, omzoomde haag een van de meest succesvolle karakteristieke structuurelementen van een formele tuin. Denk echter niet dat  zoiets enkel past bij grotere herenhuizen. Het is meer een kwestie van de juiste schaal en de juiste materialen. Bepaal in elk geval een centrale as voordat je start met een formele tuin. Vanaf die as werk je verder in een symmetrisch lopend raster van buxus, in de nu ontstane vakken plan je een grasveld, een kruidentuin, rozentuin of voorjaarsbollenparade. Naast gesnoeide hagen en topiari hoort er ook een wandelgang met artistieke elementen te zijn. Markeer deze met een pergola of een zuilengalerij, aan het eind daarvan zet je dan een fraai beeldhouwwerk. Een typische formele tuin heeft ten slotte ook een lange vijver met een strak wateroppervlak, dat enkel alleen doorbroken mag worden door één of meerdere fonteinen. En wat is nu eigenlijk het verschil tussen een heg en een haag? Een heg is een rij struiken. En een haag is een geschoren heg. P.S. Donateurs van de Nederlandse Tuinenstichting kunnen jaarlijks gratis dertig zeer bijzondere tuinen bezoeken. www.tuinenstichting.nl
  • Parijs heeft meer dan 400 groene pleinen, parken en perken. Toch vindt Paule Kingleur de stad nog niet groen genoeg! De oprichtster van Parislabel is gestart met een vergroeningsproject door de paaltjes langs de trottoirs van een Potogreentuintje te voorzien. De microtuintjes zijn gemaakt van gerecycled tentendoek, de planten groeien in gebruikte melkkartons. Paule wordt geholpen door meer dan 600 schoolkinderen die de tuintjes met zelf gezaaide tomaten, radijsjes en allerlei soorten bloemen vullen. Een leuk, maar intensief karwei... er zijn minstens 335.000 parkeerpaaltjes in Parijs! © Paule Kingleur  |  Potogreen®   |  Parislabel.com   |   Meer informatie op treehugger.com

Typ je emailadres op alle updates te ontvangen

Doe mee met 69 andere volgers

Twitter

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Typ hier je emailadres om updates te ontvangen

Groenlokaal is het magazine voor groenprofessionals

Het digitale magazine is via deze site en op je iPad en iPhone te lezen. Wil je lekker kunnen bladeren en de papieren versie thuis ontvangen? Stuur dan een mail naar redactie@groen-lokaal.nl. De papieren versie van GroenLokaal kost 7,- per nummer, aan stuivers doen we niet. Dit bedrag is inclusief verzendkosten.